Om deze functie te gebruiken dient u ingelogd te zijn.

Betaalbaarheid van wonen

Betaalbaarheid van wonen niet verslechterd maar ook niet verbeterd

Resultaten woonsurvey 2018

Uit de woonsurvey 2018 is gebleken dat de betaalbaarheid van wonen in de voorbije jaren niet is verslecht maar ook niet is verbeterd. De inkomens zijn sedert 2013 niet significant toegenomen. Nominaal gezien dalen ze zelfs in de meeste marktsegmenten, behalve bij eigenaars met een hypotheek. Nochtans zijn de woonuitgaven wel gestegen (zowel bij huur als bij eigendomsverwerving), samen met de vastgoedprijzen.

De gemiddelde woonquote

De gemiddelde woonquote (fractie van de woonuitgaven tegenover het inkomen) bedraagt 35% voor private huurders tegenover 24% voor eigenaars met een hypotheek. De helft van de private huurders betaalt meer dan 30% van het inkomen aan huur (plus kosten en lasten). Bij eigenaars met een hypotheek ligt dat aandeel op 27%.

Budgetnorm

Per huishoudtype wordt een korf samengesteld van producten en diensten, die men als gezin zeker nodig heeft om een menswaardig bestaan te leiden. De som van de kostprijs daarvan vormt het minimumbudget. Wie na aftrek van de woonuitgaven minder overhoudt dan dit budget voldoet niet aan de norm en woont dus niet betaalbaar. Anno 2018 is dat voor 8% van de eigenaars met een hypotheek en 31% van de private huurders het geval.

Afbetalingslast van eigenaars neemt toe

Voor kopers in de recentste periode (2016-2018) bedraagt de gemiddelde afbetalingslast €953 per maand. In de periode daarvoor (2011 tot 2015) was dat nog €899 per maand. De afbetalingslast stijgt dus consistent. We hebben het hier wel over de bruto uitgaven, zonder verrekening van fiscale voordelen zoals de woonbonus.

Het gemiddelde ligt hoger voor de kopers van een bestaande woning (€809) tegenover bouwers (€713). De verklaring daarvoor zit in het feit dat bouwers meer doorstromers zijn, die het nieuwbouwproject financieren met een groter deel eigen middelen (uit de verkoop van de oude woning).

Dat de cijfers verschillen naargelang het huishoudtype is uiteraard maar logisch: een alleenstaande betaalt gemiddeld €633 per maand af, terwijl dat voor een koppel met kind(eren) met €871 een pak hoger ligt. Al dient men daarbij natuurlijk in rekening te brengen dat koppels op twee inkomens kunnen terugvallen.

Aandeel eigenaars neemt toe

Vlaanderen kent vandaag 71,6% eigenaars, tegenover 19,3% private huurders en 7,3% sociale huurders. Het aandeel eigenaars is licht toegenomen tegenover 2013.

Globaal genomen is er uiteraard een correlatie tussen het socio-economisch statuut van een huishouden en eigenaarschap. Alleenstaanden (55,1%) zijn beduidend minder vaak eigenaar dan koppels met kinderen (82,8%). Qua leeftijd vinden we het hoogste aandeel eigenaars in de groep tussen 45 en 64 jaar (77,2%). Daarna zak het aandeel naar 72,2% (65 en ouder). Dat is opvallend, want in 2013 had die laatste leefrijdsgroep het hoogste aandeel eigenaars. Dit kan wijzen op een iets hogere verhuisdynamiek bij ouderen. Van wie werkloos is, kan slechts 23,7% zich eigenaar noemen. Bij loontrekkenden en (burg)gepensioneerden gaat het om 3 op 4.

Bron: CIB

contacteer ons

Vernieuwen

* Verplichte velden
Deze website maakt gebruik van cookies om uw surfervaring op deze website makkelijker te maken. Meer weten Verder gaan