Het vrijstellingenbesluit en meldingsbesluit
De Vlaamse Regering keurde 3 wijzigende besluiten goed: het ‘Vrijstellingenbesluit’, het ‘Meldingsbesluit’ alsook het besluit met de ‘Limitatieve lijst van mogelijke vergunningsplichtige handelingen op gemeentelijk niveau’.
1. Het Vrijstellingenbesluit
Met het eerste wijzigingsbesluit worden een aantal bijkomende stedenbouwkundige handelingen vrijgesteld van vergunningsplicht. De belangrijkste aanpassingen zijn:
- Er komt een vrijstelling voor handelingen aan gevels en daken, voor zover dat de energieprestatie van het gebouw niet verslechtert en het fysieke bouwvolume ongewijzigd blijft. Er worden nog enkele bijkomende voorwaarden gesteld. De vrijstelling geldt enkel voor vergunde (of vergund geachte) gebouwen en mag geen bestaande bouwovertreding bestendigen. Daarnaast mag er geen wijziging zijn van het aantal wooneenheden of van een vergunningsplichtige functie. De werken mogen ook niet strijdig zijn met vergunningsvoorwaarden of verordeningen en zijn niet van toepassing op erfgoed (beschermd of geïnventariseerd). De nieuwe vrijstelling is ruimer dan de tot 1 maart 2026 geldende vrijstelling.
- Dezelfde bijkomende voorwaarden gelden ook bij de vrijstelling voor het aanbrengen van isolatie.
- Vanaf 1 maart 2026 zijn alle binnenverbouwingen vrijgesteld van vergunning, ook als ze plaatsvinden in combinatie met stabiliteitswerken. Dat laatste is vandaag nog het onderscheidend criterium.
- De vrijstelling rond stekkerzonnepanelen werd verduidelijkt
- Vanaf 1 maart 2026 geldt een nieuwe vrijstelling voor de plaatsing van bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco’s in de tuin, op een gevel of op een plat dak, ingeplant tot op twee meter van de perceelsgrens of tot tegen een bestaande scheidingsmuur. Deze vrijstelling geldt ook aan de voorgevel en op een plat dak.
2. Het Meldingsbesluit
Het uitgangspunt van het Verzameldecreet Omgeving 2024 is duidelijk: de meldingsplicht kan enkel nog worden ingevoerd voor tijdelijke handelingen. Zeer frequent voorkomende handelingen en handelingen met een beperkte impact kunnen vrijgesteld blijven, terwijl handelingen met een grote omvang of impact vergunningsplichtig blijven. Hiermee wordt het systeem vereenvoudigd en juridisch duidelijker afgebakend.
Zo zijn vanaf 1 maart 2026 vrijgesteld:
- Binnenverbouwingen aan hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte gebouwen
- Werken aan gevels en daken van hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte gebouwen
- Welbepaalde handelingen in zeehavengebied
Daarnaast is de oprichting van bijgebouwen, die aangebouwd zijn aan de hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning, niet langer meldingsplichtig, maar valt dit terug onder de vergunningsplicht. Voor aanbouwveranda’s heeft men voortaan dus een vergunning nodig.
De meldingsplicht voor zorgwonen wordt geregeld op decretaal niveau. Daar zijn geen wijzigingen in aangebracht.
3. Limitatieve lijst mogelijke vergunningsplichte handelingen op gemeentelijk niveau
Daarnaast legt de Vlaamse Regering definitief een limitatieve lijst vast van vrijgestelde of niet-vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen. Binnen deze lijst kunnen gemeenten via een stedenbouwkundige verordening eventueel een vergunningsplicht invoeren. Het uitgangspunt is helder: alleen de Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen vergunningsplichtig, meldingsplichtig of vrijgesteld zijn. Gemeenten en provincies kunnen meldingsplichtige handelingen niet vergunningsplichtig maken en vrijgestelde handelingen niet meldingsplichtig maken. Dit creëert meer rechtszekerheid en zorgt voor een uniforme toepassing van de regels in heel Vlaanderen.
De lijst van handelingen die gemeenten vergunningsplichtig kunnen maken, is beknopt en bestaat uit:
- Het vellen van bomen.
- Handelingen aan beschermd onroerend erfgoed of erfgoed met architectonische, stedenbouwkundige, esthetische, culturele, historische of wetenschappelijke waarde. De opgelijste handelingen waarvoor een vergunningsplicht kan worden ingevoerd, stemmen overeen met de handelingen vermeld in het Onroerenderfgoedbesluit. Hierdoor wordt de toelatingsplicht vanuit Onroerend Erfgoed of de erfgoedgemeente verschoven naar omgevingsvergunning.
- Handelingen aan erfgoed met architectonische, stedenbouwkundige, esthetische, culturele, historische of wetenschappelijke waarde. Dit gaat over niet beschermd onroerend erfgoed. De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening dient het deel van het grondgebied af te bakenen dat omwille van zijn architectonische, stedenbouwkundige, esthetische, culturele, historische of wetenschappelijke waarde, aan de vergunningsplicht onderworpen wordt. Dit kan gebeuren per gebied, per straatwand, per kadastraal perceel of op een andere wijze gebeuren, maar kan nooit gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente.
CONCLUSIE
De nieuwe Vlaamse besluiten zorgen voor minder vergunningen voor kleine werken, zoals gevelwijzigingen en binnenverbouwingen, en maken duidelijk wat zonder aanvraag mag.
Het onderscheid tussen vrijstelling, melding en vergunning wordt eenvoudiger, waardoor er meer rechtszekerheid ontstaat en de regelgeving uniformer en duidelijker toepasbaar is in heel Vlaanderen.